wiki:Documentatie/Beheerder/Schermen/Instellingen

Version 7 (modified by adriaan, 13 years ago) (diff)

--

Andere Paginas

    Instellingen

    Onder het begrip "Instellingen" vallen drie zaken: zaken die binnen OpenAC via het Instellingen scherm aan te passen zijn, zaken die via Switches aan- of uit-te-zetten zijn, en zaken die programmatechnisch moeten worden uitgevoerd in de code van de adaptatie.

    Instellingen

    In dit scherm vindt u diverse instellingen voor OpenAC.

    U geeft hier bovendien aan welke instellingen voor alle gebruikers gelijk moeten zijn. Deze worden opgeslagen in de database. Alle overige instellingen worden 'lokaal' opgeslagen. Dit betekent:

    • Normaal gesproken in Application Data voor de Windows-gebruiker.
    • Optioneel kunt u in Program Files\OpenAC een mapje .openac aanmaken. Als deze map bestaat, wordt de configuratie niet per gebruiker opgeslagen, maar per OpenAC-installatie.

    De instellingen worden in een map (soms .openac, soms een centraal-ingestelde directory, soms in de lokale data van de gebruiker) opgeslagen. In diezelfde directory worden log-bestanden opgeslagen. Om makkelijke toegang tot deze map te verkrijgen, is er de knop Open configuratiedirectory (sinds v2.002) die de desbetreffende plek opent in de file manager (Explorer). Dit kan handig zijn om zowel de configuratie te bekijken, als de logfiles na te kunnen zenden aan FENAC ICT.

    Switches

    No image "switch-knop.PNG" attached to Documentatie/Beheerder/Schermen/Instellingen In dit scherm kunnen diverse 'debug switches' worden gezet. Elke switch kan aan- of uitgeschakeld worden. Normaal gesproken staan alle switches uit. Een switch die aan staat verandert het gedrag van OpenAC op een specifiek punt. Het kan gebeuren dat bij het uitzoeken van een probleem met OpenAC gevraagd wordt om een bepaalde switch aan te zetten. Er zitten ook switches tussen die OpenAC gevaarlijk kunnen maken.

    Switches kunnen alleen door een admin gebruiker veranderd worden. De switches gelden alleen voor de lokale machine en lokale gebruiker. Voor gewone gebruikers zijn de switches (ook de ongevaarlijke) niet aan te passen.

    No image "switch-debug.PNG" attached to Documentatie/Beheerder/Schermen/Instellingen De meeste switches betreffen "debug" switches. Als die aan staan dan wordt er meer informatie in het meldingen log opgenomen dan normaal. Daardoor kan de ontwikkelafdeling van OpenAC problemen beter opsporen. Het aanzetten van debug switches verandert het gedrag van OpenAC verder niet, maar kan wel enorm veel meldingen veroorzaken en daardoor de werking van OpenAC vertragen.

    No image "switch-time.PNG" attached to Documentatie/Beheerder/Schermen/Instellingen De "time" switches zijn ook een soort debug switches. Ze zorgen ervoor dat OpenAC informatie naar het meldingenscherm schrijft over hoe lang het duurt om bepaalde dingen uit te voeren. Deze switches kunnen ook OpenAC trager maken door de hoeveelheid informatie die moet worden verwerkt.

    No image "switch-overig.PNG" attached to Documentatie/Beheerder/Schermen/Instellingen Overige switches zijn vooral van belang voor ontwikkelaars. In sommige gevallen zorgt dit ervoor dat OpenAC "dummy" gegevens gebruikt in plaats van de database te raadplegen. In andere gevallen geeft de "developer" switch aan dat je echt weet wat je doet -- en dat je dus ook dingen stuk kan en mag maken.

    No image "switch-gebruik.PNG" attached to Documentatie/Beheerder/Schermen/Instellingen De "gebruik" switches hebben een wezenlijk en potentieel schadelijk effect op het gedrag van OpenAC. De "-acc-" switches zorgen er voor dat de VECOZO koppeling een acceptatie / test omgeving benadert in plaats van de echte. Hierdoor worden geen echte declaraties ingediend. Merk op dat OpenAC de declaraties wel normaal behandelt, dus dit moet alleen in een test-omgeving aangezet worden. In enkele gevallen (momenteel VECOZO) wordt oude-en-afgeraden functionaliteit behouden in OpenAC terwijl nieuwe functionaliteit aan een laatste test wordt onderworpen. Dan kan de "-oude-" switch worden gebruikt om de oude functionaliteit te forceren.

    Aantekeningen, tarieven, normtijden

    Verder vallen onder Beheer diverse schermen waarin lijsten zijn te bewerken die onderdeel uitmaken van de database. Dit zijn tenminste:

    • Aantekeningen - aantekeningen komen op diverse plekken in dossiers, relaties e.d. voor. Dit zijn velden met een keuze-menu, waaraan tijdens de sessie nieuwe waarden zijn toe te voegen. Het voordeel ten opzichte van een vrij tekstveld voor notities, is dat eenvoudig op de ingevulde waarden kan worden gezocht en geselecteerd.
    • Tarieven - tarieven voor de AP's en jaarkaarten. Er wordt een historie vastgelegd, m.a.w. oudere tarieven blijven staan. Het is niet mogelijk een tarief te wijzigen wanneer het al is toegepast.
    • Normtijden - normtijden voor de FENAC-verrichtingen. Er wordt een historie vastgelegd. Het is niet mogelijk een normtijd te wijzigen wanneer deze al is toegepast, tenzij u werkt in een testomgeving (databasenaam bevat het woord test).

    Codetabellen

    OpenAC valt uiteen in drie onderdelen:

    • De programmatuur
    • De adaptatie, waaronder codetabellen
    • SQL-database.

    De 'codetabellen' houden het midden tussen data en applicatie. In een codetabel worden doorgaans korte lijstjes bijgehouden van codes, bijvoorbeeld verrichtingcodes, spreekuurcodes enzovoort. De codetabellen kunnen vanuit OpenAC worden bewerkt. Wijzigingen in een codetabel dienen te worden ingeleverd en verspreid naar eindgebruikers middels het versiebeheer.

    In de adaptatie worden alleen toevoegingen en wijzigingen opgeslagen ten opzichte van de basisdefinities in OpenAC. Dit gebeurt automatisch.

    Datamodel en tabeldefinities

    Vanuit OpenAC heeft u toegang tot de definities van de tabellen en codetabellen. U kunt dus vanuit OpenAC zelf tabellen en velden toevoegen. Om wijzigingen te effectueren dient OpenAC opnieuw te worden gestart. Wijzigingen worden pas definitief voor alle gebruikers, nadat ze zijn ingeleverd via versiebeheer.

    Script (adaptatie-init)

    Sommige applicatie-instellingen worden niet vanuit OpenAC zelf ingesteld, maar worden in de __init__.py vastgelegd. Het gaat hier om instellingen waarvan het (1) het riskant is deze te wijzigen en/of (2) het van belang is voor de ondersteuning dat de ontwikkelaars op de hoogte zijn van de gekozen instelling.

    Uw adaptatie van OpenAC wordt gestart vanuit een Python-bronbestand __init__.py. Onder deze knop zit een scherm waarin u dit bestand kunt bewerken.

    Na het bewerkern is het nodig om eerst lokaal te testen. Daarna is het verstandig om het gewijzigde script in te leveren via versiebeheer en dan pas gebruikers te schakelen naar de nieuw-ingeleverde versie zodat ze de verbeteringen in het script kunnen overnemen.

    Het definieren van eigen decursus-thema's gaat bijvoorbeeld via de adaptatie-init, net als het aanpassen van schermen en het inregelen van parameters voor de modules van OpenAC.

    Proxy-Instellingen

    (vanaf versie 2.002)

    De proxy-instellingen van de communicatie-onderdelen die HTTP of HTTPS gebruiken, kunnen verschillend zijn (bijvoorbeeld als communicatie met de Grouper via een proxy en VECOZO via een andere proxy moet). Tot v2.000 was er maar een HTTP proxy instelling (te vinden in het versiebeheerscherm, daar genoemd SVN Proxy). Die instellingen werden gebruikt voor alle HTTP en HTTPS verbindingen en zijn opgeslagen in de twee configuratievariabelen svn_proxy en svn_puserpass. Beide variabelen hebben een tweeledige waarde: proxy is een host:port combinatie, en puserpass is een username:password combinatie. Voor HTTP en HTTPS proxies zijn alle vier waarden nodig.

    In v2.002 is het mogelijk om meerdere configuratie-variabelen te hebben voor het instellen van HTTP proxies, of om de proxy uit te zetten in specifieke gevallen. Elke HTTP verbinding die OpenAC maakt zoekt de proxy instellingen op aan de hand van een naam. De namen zijn als volgt:

    • In een kernmodule, de naam module.submodule of alleen module. Voorbeelden zijn d035_zorgrelatie en e080_vecozo.declaratie.
    • Losse modules svn, sms, fenac en trac.

    Voor elke proxy is het mogelijk om afzonderlijk te configureren welke proxy-instellingen gebruikt moeten worden.

    • De proxy kan uit staan. Dan wordt er geen proxy gebruikt.
    • De proxy kan in een tweetal configuratie-variabelen staan, in dezelfde stijl als bij de bestaande proxy.
    • De proxy kan hard-coded in OpenAC ingevoerd zijn.
    • De proxy kan gebruik maken van de instellingen van een andere proxy.

    Als bij een gegeven proxy-naam geen instellingen zijn gedefinieerd, dan worden de instellingen van SVN gebruikt, net als in v2.000.

    De instellingen worden opgeslagen in logica.configuratie.ProxyMap. De default indeling van de ProxyMap is om alles door de spelen aan de twee SVN variabelen, maar de adaptatie kan specifieke gevallen aanpassen. Die doe je door bepaalde waarden toe te kennen aan de namen in de ProxyMap, zo:

    logica.configuratie.ProxyMap[proxynaam] = waarde
    

    Hierbij is proxynaam een string om de proxy-instelling te benoemen, zoals "e080_vecozo.declaratie". De waarde kan als volgt gekozen worden:

    • None, om de proxy uit te schakelen.
    • ("var1","var2") met de namen van twee configuratie-variabelen waar de instellingen in moeten zitten. Deze moeten dan wel in je config.tsv zitten (of in de database van gedeelde variabelen).
    • ("host",port,"user","pass") met de vier waarden die gebruikt moeten worden, expliciet uitgeschreven in de code.
    • "proxynaam" de naam van een andere proxy, wiens instellingen gebruikt moeten worden.

    Als een proxy verwijst naar een andere proxy, kan die andere uiteraard zelf weer doorverwijzen, tot er een proxy is met eigen (niet-doorverwezen) instellingen (desnoods die voor svn).

    Proxy-instellingen van een en dezelfde module (zoals e080_vecozo.declaratie en e080_vecozo.verzekeringsrecht) kunnen worden ingesteld op module niveau of op submodule niveau. De meest specifieke instelling telt, dus de proxy-instelling voor e080_vecozo wordt gebruikt voor de proxy van e080_vecozo.declaratie alleen als er geen eigen instellingen zijn voor die submodule.

    Hier is een volledig voorbeeld, dat in de finish() functie van de eigen adaptatie gezet zou kunnen worden:

    # Geen proxy voor TRAC
    logica.configuratie.ProxyMap["trac"] = None
    # Bevestig wat we over svn weten
    logica.configuratie.ProxyMap["svn"] = ("svn_proxy","svn_puserpass")
    # Upload naar FENAC gebruikt de svn instellingen
    logica.configuratie.ProxyMap["fenac"] = "svn"
    # De VECOZO (inclusief e080_vecozo.declaratie) gebruikt een vaste proxy
    logica.configuratie.ProxyMap["e080_vecozo"] = ("proxy.local",8080,"http","geheim")
    # Behalve verzekeringsrecht, dat gebruikt aparte configuratievariabelen
    logica.configuratie.ProxyMap["e080_vecozo.verzekeringsrecht"] = ("vecozo_proxy","vecozo_puserpass")
    

    We verwachten dat het meest-gebruikte zal zijn om de proxy uit te schakelen voor specifieke verbindingen.

    NB. als proxy-instellingen over-en-weer naar elkaar verwijzen, ontstaat een oneindige loop.

    Attachments (8)

    Download all attachments as: .zip