wiki:Documentatie/Beheerder/Schermen/Instellingen

Version 24 (modified by thomas, 10 years ago) (diff)

--

Instellingen

In dit scherm vindt u diverse instellingen voor OpenAC.

U geeft hier bovendien aan welke instellingen voor alle gebruikers gelijk moeten zijn. Deze worden opgeslagen in de database. Alle overige instellingen worden 'lokaal' opgeslagen. Dit betekent:

  • Normaal gesproken in Application Data voor de Windows-gebruiker.
  • Optioneel kunt u in Program Files\OpenAC een mapje .openac aanmaken. Als deze map bestaat, wordt de configuratie niet per gebruiker opgeslagen, maar per OpenAC-installatie.

De instellingen worden in een map (soms .openac, soms een centraal-ingestelde directory, soms in de lokale data van de gebruiker) opgeslagen. In diezelfde directory worden log-bestanden opgeslagen. Om makkelijke toegang tot deze map te verkrijgen, is er de knop Open configuratiedirectory (sinds v2.002) die de desbetreffende plek opent in de file manager (Explorer). Dit kan handig zijn om zowel de configuratie te bekijken, als de logfiles na te kunnen zenden aan FENAC ICT.

De instellingen zijn ingedeeld in "groepen", om gerelateerde instellingen bij elkaar in het scherm te houden. Hieronder worden verschillende groepen gedetailleerd besproken.

Algemeen Groep

Afsluitdata Groep

Bestandslocaties Groep

Desktop Groep

Pager Groep

De "pager" is een onderdeel dat het openen van het dossier versnelt. Hierdoor worden niet alle behandelingen, of behandeldagen, of andere boxjes in het dossier opgehaald, maar alleen een "pagina". De instellingen in deze groep geven aan hoe om te gaan met pagina's:

  • Aantal subentries Dit is het aantal subentries (behandelingen, behandeldagen, enz.) dat in een keer opgehaald wordt. Er wordt altijd een pagina-vol opgehaald als het dossier wordt geopend; daarna wordt steeds een volgend X-aantal erbij gehaald. Bij een klein aantal (zeg 5) worden dossiers in kleine blokje ingelezen; bij een groot aantal (bijvoorbeeld 100) worden de meeste dossiers volledig ingelezen en alleen hele grote dossiers krijgen nog een linkje om meer gegevens in te lezen.

De interactie met de switch gebruik-kolom-sparen is als volgt:

  • Kolom sparen aan en aantal subentries bij pager-instellingen op een hoog aantal. Je ziet eenmalig een blok met pager-gegevens onder het zorgtraject waarin staat aangegeven welke items nog niet zijn geladen. Dat voorkomt dat men denkt dat afspraken, bezoeken e.d. "weg" zijn. Nadat het zorgtraject is geopend verdwijnt het blok met pager-instellingen en worden alle items geladen en getoond.
  • Kolom sparen aan en aantal subentries bij pager-instellingen op een laag aantal. Initieel worden alleen de zorgtrajecten afgebeeld en elk zorgtraject heeft een blok met pager-gegevens. Als een zorgtraject wordt geopend worden de eerste x-items geladen. Het pager-blok verdwijnt als alle items geladen zijn.
  • Kolom sparen uit en aantal subentries bij pager-instellingen op een hoog aantal. Alle items uit het dossier worden in kaartweergave getoond en je ziet geen pager-blokken.
  • Kolom sparen uit en aantal subentries bij pager-instellingen op een laag aantal. Alleen de eerste x-items worden getoond en je ziet een pager-blok als het aantal items groter is dan x. Als alle items zijn geladen verdwijnt het pager-blok.

SBVZ Groep

SMTP Groep

Proxy-Instellingen

(vanaf versie 2.002)

De proxy-instellingen van de communicatie-onderdelen die HTTP of HTTPS gebruiken, kunnen verschillend zijn (bijvoorbeeld als communicatie met de Grouper via een proxy en VECOZO via een andere proxy moet). Tot v2.000 was er maar een HTTP proxy instelling (te vinden in het versiebeheerscherm, daar genoemd SVN Proxy). Die instellingen werden gebruikt voor alle HTTP en HTTPS verbindingen en zijn opgeslagen in de twee configuratievariabelen svn_proxy en svn_puserpass. Beide variabelen hebben een tweeledige waarde: proxy is een host:port combinatie, en puserpass is een username:password combinatie. Voor HTTP en HTTPS proxies zijn alle vier waarden nodig.

In v2.002 is het mogelijk om meerdere configuratie-variabelen te hebben voor het instellen van HTTP proxies, of om de proxy uit te zetten in specifieke gevallen. Elke HTTP verbinding die OpenAC maakt zoekt de proxy instellingen op aan de hand van een naam. De namen zijn als volgt:

  • In een kernmodule, de naam module.submodule of alleen module. Voorbeelden zijn d035_zorgrelatie en e080_vecozo.declaratie.
  • Losse modules svn, sms, fenac en trac.

Voor elke proxy is het mogelijk om afzonderlijk te configureren welke proxy-instellingen gebruikt moeten worden.

  • De proxy kan uit staan. Dan wordt er geen proxy gebruikt.
  • De proxy kan in een tweetal configuratie-variabelen staan, in dezelfde stijl als bij de bestaande proxy.
  • De proxy kan hard-coded in OpenAC ingevoerd zijn.
  • De proxy kan gebruik maken van de instellingen van een andere proxy.

Als bij een gegeven proxy-naam geen instellingen zijn gedefinieerd, dan worden de instellingen van SVN gebruikt, net als in v2.000.

De instellingen worden opgeslagen in logica.configuratie.ProxyMap. De default indeling van de ProxyMap is om alles door de spelen aan de twee SVN variabelen, maar de adaptatie kan specifieke gevallen aanpassen. Die doe je door bepaalde waarden toe te kennen aan de namen in de ProxyMap, zo:

logica.configuratie.ProxyMap[proxynaam] = waarde

Hierbij is proxynaam een string om de proxy-instelling te benoemen, zoals "e080_vecozo.declaratie". De waarde kan als volgt gekozen worden:

  • None, om de proxy uit te schakelen.
  • ("var1","var2") met de namen van twee configuratie-variabelen waar de instellingen in moeten zitten. Deze moeten dan wel in je config.tsv zitten (of in de database van gedeelde variabelen).
  • ("host",port,"user","pass") met de vier waarden die gebruikt moeten worden, expliciet uitgeschreven in de code.
  • "proxynaam" de naam van een andere proxy, wiens instellingen gebruikt moeten worden.

Als een proxy verwijst naar een andere proxy, kan die andere uiteraard zelf weer doorverwijzen, tot er een proxy is met eigen (niet-doorverwezen) instellingen (desnoods die voor svn).

Proxy-instellingen van een en dezelfde module (zoals e080_vecozo.declaratie en e080_vecozo.verzekeringsrecht) kunnen worden ingesteld op module niveau of op submodule niveau. De meest specifieke instelling telt, dus de proxy-instelling voor e080_vecozo wordt gebruikt voor de proxy van e080_vecozo.declaratie alleen als er geen eigen instellingen zijn voor die submodule.

Hier is een volledig voorbeeld, dat in de finish() functie van de eigen adaptatie gezet zou kunnen worden:

# Geen proxy voor TRAC
logica.configuratie.ProxyMap["trac"] = None
# Bevestig wat we over svn weten
logica.configuratie.ProxyMap["svn"] = ("svn_proxy","svn_puserpass")
# Upload naar FENAC gebruikt de svn instellingen
logica.configuratie.ProxyMap["fenac"] = "svn"
# De VECOZO (inclusief e080_vecozo.declaratie) gebruikt een vaste proxy
logica.configuratie.ProxyMap["e080_vecozo"] = ("proxy.local",8080,"http","geheim")
# Behalve verzekeringsrecht, dat gebruikt aparte configuratievariabelen
logica.configuratie.ProxyMap["e080_vecozo.verzekeringsrecht"] = ("vecozo_proxy","vecozo_puserpass")

We verwachten dat het meest-gebruikte zal zijn om de proxy uit te schakelen voor specifieke verbindingen.

NB. als proxy-instellingen over-en-weer naar elkaar verwijzen, ontstaat een oneindige loop.

Attachments (8)

Download all attachments as: .zip