| 217 | | Let op!! neem ook de instelling {{{ ${aspnet-Request-IP} }}} mee in het log-formaat zodat Fenac en beheerders het IP-adres zien van de cliënt-stations (waar de webrowser op draait). |
| 218 | | Verder heeft de AC beheerder de url {{{ http://openac3-server:poort/logleveltest }}} ter beschikking om de gewenste log werking te toetsen nadat je de log settings hebt aangepast. |
| 219 | | |
| 220 | | Fragment van een log met boven beschreven setting: |
| 221 | | |
| 222 | | {{{ |
| 223 | | |
| 224 | | 2018-02-19 13:53:54.2743|INFO|||CsMq.MQServer|MessageQueue started at 0.0.0.0:3800 |
| 225 | | 2018-02-19 13:53:54.2743|INFO|||OpenACCommon.SSL.Client|Using non-SSL client. |
| 226 | | 2018-02-19 13:53:54.3063|DEBUG|||OpenACLogica.ZorgdomeinVerwijzingen.VerwijzingenCheck|Ophalen verwijzingen voor AGB-locatie Gestel. |
| 227 | | 2018-02-19 13:53:54.3214|DEBUG|||OpenACLogica.ZorgdomeinVerwijzingen.VerwijzingenCheck|Ophalen http://zd.fenac.nl:5000/api/verwijzingen/19009349 |
| 228 | | 2018-02-19 13:53:54.5335|ERROR|||OpenACLogica.ZorgdomeinVerwijzingen.VerwijzingenCheck|Check verwijzingen: kan url http://zd.fenac.nl:5000/api/verwijzingen/19009349 niet bereiken. Foutmelding: An error occurred while sending the request. |
| | 216 | Begin met het instellen van de gewenste logdirectory. Standaard staat deze ingesteld op c:\temp. Vergeet niet dat de logdirectory moet bestaan en dat OpenAC moet kunnen schrijven naar deze directory. |
| | 217 | |
| | 218 | De volgende stap is het instellen van het minimum loglevel. NLog kent een aantal loglevels en alles wat OpenAC logt met het minimum level **en hoger** komt in de logbestanden terecht. Dus hoe hoger het minimum loglevel, hoe minder er in de logbestanden komt. |
| | 219 | |
| | 220 | De loglevels zijn in aflopende volgorde: |
| | 221 | |
| | 222 | ||**Fatal**||Alleen fatale fouten|| |
| | 223 | ||**Error**||Fouten en hoger|| |
| | 224 | ||**Warn**||Waarschuwingen en hoger|| |
| | 225 | ||**Info**||Meldingen en hoger|| |
| | 226 | ||**Debug**||Debug-meldingen en hoger. Bedoeld om fouten op te sporen|| |
| | 227 | ||**Trace**||Trace-meldingen en hoger. Logt het begin en einde van elke functie-aanroep. Genereert extreem veel logmeldingen|| |
| | 228 | |
| | 229 | We adviseren om minlevel in te stellen op "Info". Bij het oplossen van problemen zal de FENAC soms vragen om minlevel tijdelijk op "Debug" of "Trace" te zetten. |
| | 230 | |
| | 231 | Ook het formaat van elke logregel kan worden geconfigureerd met nlog.config. Hiervoor kun je een regel-template opgeven achter het keyword "layout". De variabelen die je in de regel-template kunt gebruiken kun je terugvinden in de NLog-documentatie op https://github.com/nlog/nlog/wiki/Layout-Renderers. Let wel dat het mogelijk is dat de versie van NLog die OpenAC gebruikt niet alle variabelen ondersteunt die in de documentatie zijn terug te vinden. |
| | 232 | |
| | 233 | We adviseren om {{{ ${longdate}|${uppercase:${level}}| }}} aan het begin van elke logregel te zetten. Ook kan het handig zijn om {{{ ${aspnet-Request-IP} }}} op te nemen zodat het IP-adres van elke client wordt gelogd. |
| | 234 | |
| | 235 | Met de url {{{ http://<openac3-server>:<poort>/logleveltest }}} kan de logconfiguratie worden getest. Dit genereert entries in het log die er afhankelijk van de configuratie ongeveer als volgt uitzien: |
| | 236 | |
| | 237 | {{{ |